Soms moet ik dingen doen die ik spannend vind. In dit geval in een grote cabinelift stappen. Zodra een cabinelift in zicht komt, waarvan ik weet dat ik er in moet, die me een kleine anderhalve kilometer mee naar boven neemt, begin ik flink te zweten. Alsof ik allergisch ben voor die dingen.
Zo ook vandaag. De kaarten zijn gekocht en we staan in de rij voor de grootste cabinelift. Maar ik zie het niet zitten. Het zweet klotst onder mijn oksels en er komt niets zinnigers in me op dan te vluchten. Wat ik overigens niet doe. Ik blijf als een stijve plank in die rij staan. Ik laat me niet kennen, maar bedenk ondertussen koortsachtig allerlei uitvluchten, die ik natuurlijk niet hardop uitspreek. Ik hoef overigens niets te zeggen, want mijn gezicht spreekt boekdelen. Manlief ziet mijn angst en stelt voor een iets kleinere kabinelift omhoog te nemen. ‘Want, zo zegt hij, we gaan omhoog!’
In de cabine staan is het probleem niet, maar het heen en weer zwiepen van dat gevaarte, zodra hij over zo’n grote mast heen gaat, is echt slecht voor mijn evenwichtsorgaan.
Je vraagt je af waar doe je dit allemaal voor en is het het allemaal wel waard dan? Het is maar een berg en oké je kan wat verder weg kijken dan wanneer je beneden blijft.

Beslis zelf …



Hoi!
BeantwoordenVerwijderenHeel herkenbaar! Heb mezelf afgelopen week ook overwonnen: ben voor het eerst sinds jaren weer bij de tandarts geweest...
x Margreet